DBS14

Installatie-instructies DBS14 droogbouwsysteem

Het droogbouwsysteem is geschikt voor de verwarming met of zonder dekvloer.

De hart-op-hart afstanden bij dit systeem zijn naar keuze 125, 250 of 375 mm bij een verwarmingsbuis met diameter Ø 14 mm.
Wij adviseren geen grotere afstand dan 125 mm toe te passen.

Materialen, zoals parket, laminaat en hout kunnen, indien de dikte meer dan ca 12 mm bedraagt, in de meeste gevallen direct over dit droogbouw-systeem gelegd worden.

Tegels of andere vloerbedekkingen die verlijmd worden kunnen NIET direct over deze droogbouw vloerverwarming gemonteerd worden.
In dat geval adviseren we Fermacell platen (10 of 20 mm) aan te brengen: daarover kunnen de meeste vloerafwerkingen gemonteerd worden.
(Fermacell platen leveren wij niet)

Stap 1: Leggen van de DBS14 systeemplaten

Nadat randisolatie is geplaatst langs de wanden van de te verwarmen ruimte(n) kan begonnen worden met het leggen van de kunststof systeemplaten.
Bij zandcement dekvloeren adviseren we eerst een dampdichte folie te leggen om nadien vocht optrekken te vermijden. (leverancier: bouwmarkten)

Met het leggen van de systemplaat, in een kamerhoek begonnen.

De panelen liggen gelijk met de wand en kunnen over het hele oppervlak worden gelegd. De paneelverbinding wordt gemaakt in het “puzzelprincipe”.

De ondergrond moet vrij zijn van onregelmatigheden en schoongeveegd worden. Tevens dient de vloer stabiel te zijn: vrij van vering (bij houten vloeren bijvoorbeeld)
De randisolatiestrook dient, zeker bij het nadien gebruiken van tegels als vloerafwerking, aan de muur worden bevestigd. Bij een vloerafwerking waarbij geen uitzetting en krimp verwacht wordt, is een randisolatie niet altijd noodzakelijk

De platen kunnen gelegd worden met of zonder isolatie er onder.Let bij de toe te passen extra isolatie op de drukvastheid van dat materiaal.  Minimaal 200kPa drukvastheid. Gebruik in ieder geval een drukvast isolatiemateriaal, zoals bijvoorbeeld XPS platen.
Leg eventueel toe te passen extra isolatie eerst op de dekvloer (of houten vloer): daarna worden de DBS14 systeemplaten gelegd.

Wat is een drukvast isolatiemateriaal

Drukvast isolatiemateriaal is een term voor al het isolatiemateriaal dat bestand is tegen indrukken en vervorming kan. Isolatieplaten met een hoge drukvastheid vervormen niet als er veel gewicht op komt te staan, krimpen niet en zetten niet uit bij extreme temperaturen. Ook heeft drukvaste isolatie een goede isolatiewaarde.

U kunt onder de platen eventueel ook nog een laag reflectiefolie leggen. Dit wordt geadviseerd bij een dekvloer die pas is aangelegd of een andere vochtige ondergrond.


A. Vloerbedekking (tegels, laminaat etc.)
B. Fermacell plaat (20-25 mm)
C. Dampowerende laag (kunststof folie: 0,2 mm)
D. Verwarmingsbuis: 14 x 2 mm
E. Metalenwarmtegeleider
F. Kunststof DBS14 systeemplaat
F. Ondervloer (hout, beton etc.)

 

Stap 2: Aanbrengen van de warmtegeleiders

De warmtegeleidingsplaten worden in de geleidingsgroeven aangebracht. De vooraf bepaalde breekpunten (om de 12,5 cm) in de warmtegeleidingsplaat garanderen een goede pasvorm.

Stap 3: Aanbrengen van de verwarmingsbuis 14×2 mm

het leggen van de verwarmingsbuizen in de verschillende groepen (1 groep per ca 10 M2) begint bij het verwarmingsverdeler
De verwarmingsbuis wordt per groep aan de verdeler verbonden (Euroconus koppelingen)

Nadat alle kunststof systeemplaten over de te verwarmen ruimte zijn verdeeld worden de warmtegeleiders geplaatst

De verwarmingsbuis wordt eenvoudigweg met de voet in de warmtegeleiders gestoken, geperst en gefixeerd.
Het is essentieel om te zorgen voor een twistvrije installatie, zodat er geen spanning komt te staan op de buizen (in bijzonder in de bochten)

Houd daarbij rekening met ca 5 mm tussenruimte in de bochten.
De in de warmtegeleiders aangbrachte breekpunten (om de 100 mm) zorgen voor een optimale aanpassing.
Voordeel van dit systeem is dat er geen ruime bochten gemaakt hoeven te worden.

Verdeel de warmtegleiders zoveel mogelijk over de systeemplaten om een zo op die manier een gelijkmatig warmteverdeling te verkrijgen. Druk de verwarmingsbuizen (Ø 14 mm) voorzichtig met de voet in de profielen.
Gebruik geen andere buis dan 14×2 mm.
De meanderende verwarmingsbuizen worden op (bij voorkeur) 12,5 cm afstand van elkaar gemonteerd.
Bij grotere ruimten kunt u de buizen ook in een slakkenhuispatroon leggen: bij kleinere ruimten is dat onmogelijk.

TIPS

  • Bepaal voordat u de buizen gaat aanbrengen goed welk patroon en welke afstand tussen de buizen u wilt aanhouden.
  • Houd ook rekening met de afstand van de vloer tot de verdeler: bevestig één uiteinde van de buis al aan de verdeler.
  • Maak geen te scherpe bochten: dat kan de verwarmingsbuis beschadigen.
  • Maak de groepen niet langer dan ca 100 meter (bij voorkeur korter en alle groepen zoveel mogelijk gelijk in lengte (dan hoeft u daarna niets in te regelen).
  • Bevestig na het leggen van de groep het andere uiteinde van de buis ook aan de verdeler en zet na het leggen van alle groepen en ontluchten van het systeem, alles op druk.
  • Op die manier kunt u zien of er geen lekkages zijn in de buis.
  • Leg alvorens de volgende stappen te nemen eventueel weer een dampdichte laag (plastic folie) over de buizen.
  • Dit werkt ook enigszins geluidsdempend. Het zorgt er ook voor dat de nadien aan te brengen marterialen niet direct op de verwarmingsbuizen liggen.

Tot slot kan een PE-afdekfolie worden gebruikt voor het afdekken en als een scheidingslaag. Dit is niet altijd noodzakelijk, maar wordt wel geadviseerd bij een nog neit 100% droge dekvloer of wanneer vocht van boven af kan worden verwacht.

Manieren om de buizen te monteren

Vraag een professioneel getekend legplan voor een eenvoudige montage van uit DBS14 droogbouw vloerverwarming.

Zie de voorwaarden op www.gratislegplan.nl